Snel door

Weet je al wat je zoekt en heb je geen zin om te scrollen? Gebruik dan een snelkoppeling om naar een subhoofdstuk te gaan.

verantwoording van het beleid

Onderwijs en kwaliteit

Onderwijskwaliteit en kwaliteitszorg

Deze paragraaf beschrijft wat onder onderwijskwaliteit wordt verstaan, hoe zicht wordt gehouden op de onderwijskwaliteit, hoe hierop wordt gestuurd en hoe hierover verantwoording wordt afgelegd. Daarnaast wordt kort ingegaan op de voortgang van de doelen uit het Strategisch Beleidsplan 2024–2028.


Zo definieert het bestuur onderwijskwaliteit

Het kwaliteitszorgsysteem van Signum is vastgelegd in Als kwaliteit de bedoeling is. Dit document beschrijft de uitgangspunten en instrumenten van het kwaliteitssysteem. De concrete kwaliteitseisen die vanuit het beleid aan de scholen worden gesteld, zijn opgenomen in het Kwaliteitskader voor Signumscholen.


De eisen aan het onderwijs en de wijze waarop deze kwaliteit wordt gerealiseerd, vormen het onderwerp van voortdurende dialoog. In het najaar van 2025 is binnen het directeurenoverleg een proces gestart om, aan de hand van het dialoogmodel van de PO-Raad, het beleid in beide documenten verder aan te scherpen.


Het Kwaliteitskader voor Signumscholen omvat de eisen van de Inspectie van het Onderwijs. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen concrete eisen aan het onderwijsproces en randvoorwaardelijke kwaliteit die noodzakelijk is om dit proces goed vorm te geven.


Deze eisen zijn uitgewerkt in vier proces- en resultaatgebieden en zes capaciteiten. Binnen deze gebieden en capaciteiten zijn kwaliteitsaspecten benoemd die zichtbaar worden in helder beleid, merkbaar gedrag en meetbare resultaten.



Onderstaande figuur geeft de tien onderdelen van het Kwaliteitskader voor Signumscholen weer.

Het Strategisch Beleidsplan 2024–2028 verbindt de scholen van Signum in een gezamenlijke ambitie om impact te realiseren op de ontwikkeling van kinderen, de professionalisering van personeel en de versterking van samenwerking. Vanuit de decentrale organisatievisie beschikken de scholen over ruime beleidsvrijheid om hun onderwijs vorm te geven, afgestemd op de kenmerken van de eigen leerlingpopulatie.


In het strategisch beleid zijn zes gezamenlijke ontwikkelvraagstukken (wicked problems) geformuleerd. Deze vraagstukken zijn uitgewerkt in rubrics, waarin onderscheid wordt gemaakt tussen basiskwaliteit en drie ambitieniveaus: volgend, vormgevend en voorlopend. Op basis van deze indeling hebben scholen in hun schoolplannen hun ambities vastgesteld. De schoolplannen beschrijven het bestaande beleid op het gebied van onderwijs, personeel en kwaliteit, evenals de voorgenomen ontwikkelrichting voor de komende vier jaar.


Door middel van de zogenoemde ‘kindvragen’ bij ieder ontwikkelvraagstuk, de aanwezigheid van een kinderraad op iedere school en de inrichting van een centrale Signum Kinderraad, wordt actief gestuurd op het vergroten van de invloed van leerlingen op de koers van de organisatie en haar scholen.

verantwoording over kwaliteit

De wijze waarop het college van bestuur (CvB) verantwoording aflegt over onderwijskwaliteit is vastgelegd in Als kwaliteit de bedoeling is, het managementstatuut en het toezichtkader. Horizontale verantwoording vindt plaats binnen de beleidscyclus met schooldirecteuren, waarbij schoolleiders in toenemende mate zelf beleid voorbereiden binnen de regiegroepen Onderwijs en Kwaliteit, Personeel en Bedrijfsvoering.


De Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad vormt een tweede belangrijk orgaan voor horizontale verantwoording. Hier worden beleidsvoornemens besproken en reflecteren vertegenwoordigers van ouders en personeel op de effecten van het gevoerde beleid. Met de oprichting van de Signum Kinderraad in 2024 is een derde platform ontstaan voor dialoog en verantwoording.


Verticale verantwoording vindt plaats richting de raad van toezicht (RvT). Binnen het kwaliteitsbeleid zijn drie samenhangende kerncycli onderscheiden. De beleidsstaf coördineert deze cycli en monitort de kwaliteit aan de hand van diverse indicatoren, waarvan een deel in afstemming met de RvT als kritisch is aangemerkt.

Binnen de RAP-cyclus rapporteert het CvB aan de RvT over de resultaten op de kritische prestatie-indicatoren (KPI’s). In de kwaliteitscommissie Onderwijs en Kwaliteit van de RvT worden de ontwikkelingen en resultaten van het onderwijs- en kwaliteitsbeleid nader verdiept.

sturing op onderwijskwaliteit

Het CvB volgt de ontwikkeling van de scholen via jaarplannen, monitoringsgesprekken, schoolbezoeken, periodieke peilingen (waaronder het schooltevredenheidsonderzoek en de RI&E) en voortgangsgesprekken met directeuren. Kritische onderdelen uit het inspectiekader, zoals eindopbrengsten en sociale veiligheid, worden door de afdeling Kwaliteit, Innovatie en Ontwikkeling (KIO) binnen een jaarlijkse kwaliteitscyclus gemonitord en gerapporteerd aan het CvB.


Voor scholen waar de basiskwaliteit onder druk staat, wordt door de betreffende directeur een verbeterplan opgesteld. De voortgang van deze plannen wordt actief gemonitord door de afdeling KIO.


In 2025 is, vanuit de regiegroep Onderwijs en Kwaliteit, gewerkt aan de implementatie van een interne auditsystematiek. Vijf scholen zijn in dat kader bezocht. Hiermee beschikt Signum over een aanvullend instrument om de onderwijskwaliteit nauwkeuriger te analyseren. De audits richten zich primair op de basiskwaliteit volgens het inspectiekader. Voor de periode vanaf 2026 is de ambitie om ook de eigen ambities structureel in de audits te betrekken.


Binnen de regiegroep Onderwijs en Kwaliteit werken medewerkers van de afdeling KIO en schooldirecteuren gezamenlijk aan beleidsontwikkeling, op basis van opdrachten van het CvB. In 2025 heeft dit geleid tot onder meer een evaluatie van de expertisepunten, de ontwikkeling van een instrument voor systematische populatieanalyse en de verdere uitwerking van de interne auditsystematiek.


  • Titel dia

    Schrijf uw onderschrift hier
    Knop
  • Titel dia

    Schrijf uw onderschrift hier
    Knop
  • Titel dia

    Schrijf uw onderschrift hier
    Knop

EEN STERKE BASIS EN HOGE KWALITEIT
In 2025 ontving Signum opnieuw de subsidie Basisvaardigheden, waarmee scholen extra konden investeren in de versterking van het kerncurriculum. In de afgelopen twee jaar is bovendien intensief ingezet op de professionalisering van intern begeleiders. Veel van hen volgden de opleiding ‘Van IB naar KC’, waarin onder andere de rol van trendanalist centraal stond. Dit heeft op meerdere scholen een impuls gegeven aan opbrengstgericht werken.


De expertisepunten Taal en Rekenen ontwikkelden daarnaast een ondersteuningsaanbod waarmee scholen hun basisvaardigheden kunnen versterken, gebaseerd op evidence-informed werken. Kennisdeling vond plaats via netwerken voor taal, rekenen en intern begeleiders, evenals door de inzet van ervaren intern begeleiders en expertleerkrachten.


De zes expertisepunten volgden tevens de ontwikkelingen rond de nieuwe kerndoelen. In het schooljaar 2025–2026 wordt het ondersteuningsaanbod aangepast aan de toekomstige behoeften van scholen. Zo startte het expertisepunt Digitale Geletterdheid een ontwikkelteam met leerkrachten om onderwijs te ontwikkelen rond de nieuwe kerndoelen. Het expertisepunt Taal initieerde, in samenwerking met het Expertisecentrum Nederlands, een onderzoek naar het beter in kaart brengen


van leerwinst bij begrijpend lezen. Daarnaast ontwikkelde het expertisepunt Bewegen een toolbox die scholen ondersteunt bij het formuleren van een visie op een kerndoel-dekkend curriculum voor bewegingsonderwijs, gebaseerd op een analyse van de leerlingpopulatie.


DOELEN EN RESULTATEN

Via de schoolplannen beschikken alle scholen over concrete beleidsdoelstellingen die zijn afgeleid van of gerelateerd aan het strategisch beleid van Signum. Deze doelstellingen, gecombineerd met actuele ontwikkelingen, bepalen de focus van het jaarplan van iedere school.

Twee keer per jaar vinden monitoringsgesprekken plaats. In vaste groepen van vier scholen bespreken directeuren, samen met een collega uit de eigen school (bijvoorbeeld een MT-lid, intern begeleider, kwaliteitscoördinator of expertleerkracht), de voortgang van het jaarplan en het verbeterbeleid. Deze gesprekken vinden plaats in aanwezigheid van medewerkers van de afdeling Kwaliteit, Innovatie en Ontwikkeling (KIO) en de portefeuillehouder Onderwijs van het college van bestuur.


Tijdens de najaarsronde presenteren scholen hun plannen met behulp van de Signum-posters. Deze bevatten de speerpunten van het verbeterbeleid en relevante data met betrekking tot de belangrijkste prestatie-indicatoren. Daarnaast geven scholen aan op welk niveau zij zichzelf positioneren binnen de rubrics van het strategisch beleidsplan. De bijbehorende tabel toont hoe scholen zich in het tweede jaar van de beleidsperiode inschatten ten aanzien van de drie ontwikkelvraagstukken uit het strategisch beleid.


Uit het tevredenheidsonderzoek blijkt dat leerlingen van Signum hun onderwijsaanbod gemiddeld waarderen met een 8,3, iets lager dan de benchmarkscore van 8,5. De waardering voor het aanleren van (levens)vaardigheden ligt met een 7,9 juist hoger dan het benchmarkgemiddelde van 7,7.


Zowel ten aanzien van het onderwijsaanbod als de mate waarin scholen erin slagen optimale leerwinst te realiseren, zijn verschillen zichtbaar tussen scholen. Uit leerlingvolgsystemen en resultaten van de doorstroomtoets blijkt dat scholen uiteenlopende prestaties leveren in vergelijking met scholen met een vergelijkbare populatie. Ook kan de mate waarin leerlingen aangeven dat de school hen helpt hun talenten te ontdekken op diverse scholen worden verbeterd.


Op het gebied van inclusie geven leerlingen aan dat zij over het algemeen tevreden zijn over de wijze waarop zij leren omgaan met verschillen tussen mensen. Het percentage leerlingen met een arrangement steeg van 3,6% in 2024 naar 4,5% in 2025. Binnen het gehele samenwerkingsverband steeg dit percentage van 4,0% naar 4,3%.

ANALYSE EN DUIDING VAN RESULTATEN
Met name bij kleinere scholen met een relatief hoge instroom van zij-instromers blijkt analyse van resultaten complex. Dit leidt tot aanzienlijke fluctuaties in tussenopbrengsten, die lastig te relateren zijn aan didactisch handelen of andere beïnvloedbare factoren.


Belangrijke bevindingen uit de analysegesprekken zijn gedeeld en besproken in het overleg met intern begeleiders. Hieruit blijkt onder meer dat de doorlooptijd tussen toetsafname, analyse en het formuleren van verbetermaatregelen op sommige scholen verkort kan worden. Daarnaast komt naar voren dat de voorspellende waarde van leerlingvolgsysteemtoetsen, gebruikt voor prognoses van eindopbrengsten, in circa 25% van de gevallen afwijkingen vertoont, zowel in positieve als negatieve zin.


ONDERWIJS AAN NIEUWKOMERS
De taalschool van basisschool Boon werkte intensief samen met de taalschool van ATO-basisschool De Pionier. In gezamenlijkheid werden de taalscholen in Vinkel en Engelen overgenomen. Hierdoor groeide de taalschool van Boon in maart 2025 naar drie groepen en na de herfstvakantie naar vier groepen.


De focus lag op gecontroleerde opschaling met behoud van kwaliteit. Daarbij werd nadrukkelijk geïnvesteerd in de verdere ontwikkeling van een systematiek voor het in kaart brengen van leerlingen. Ook zijn de procedures met betrekking tot de uitstroom naar reguliere scholen gestroomlijnd.


In maart 2025 vond een kennismakingsbezoek van de Inspectie van het Onderwijs plaats. Dit resulteerde in positieve feedback op het beleid, de plannen, de sociale veiligheid en het pedagogisch klimaat. In het kader van regulier toezicht staat in 2026 een vervolgbezoek gepland.

INTERNATIONALISERING
Hoewel internationalisering geen speerpunt is binnen het strategisch beleid, vinden er diverse activiteiten plaats. Unesco-school De Ontluiking organiseerde rondom de kerstperiode een digitale uitwisseling met een school in Spanje, gericht op cultuur en tradities.


Daarnaast nam personeel deel aan een studiereis naar Cádiz (Alma Forest School), waarbij inspiratie werd opgedaan op het gebied van buitenonderwijs. Tijdens deze reis werden ook werelderfgoedlocaties in Granada, Málaga en Ardales bezocht. In december volgde een tegenbezoek vanuit Madrid.


De school ontving tevens een professional uit Gambia in het kader van een studiereis gericht op inclusie. Daarnaast werd een dorp in Oeganda ondersteund via een vastenactie, geïnitieerd door een ouder met lokale contacten.


Een van de schoolleiders nam deel aan een studiereis naar Italië, samen met schoolleiders van andere besturen. Deze reis stond in het teken van inclusie en omvatte schoolbezoeken en deelname aan een congres van de European School Leaders Association (ESHA). De opgedane inzichten zijn gedeeld binnen het directeurenoverleg.

ONDERZOEK
Binnen Signum wordt, in lijn met het strategisch beleid, ingezet op een onderzoeksmatige benadering van verbetertrajecten. Het expertisepunt Onderzoeksmatig werken begeleidde in 2025 verschillende scholen. Ook binnen academische opleidingsscholen richten pabostudenten hun bacheloronderzoek op kwaliteitsvraagstukken.


In het stedelijke project hoogbegaafdheid is, onder begeleiding van Fontys Pabo ’s-Hertogenbosch, via een innovatieteamaanpak een instrument ontwikkeld waarmee scholen hun beleid, signalering en aanbod voor (hoog)begaafde leerlingen systematisch kunnen versterken. Dit instrument is getest op drie Signumscholen en vervolgens beschikbaar gesteld aan alle scholen in de stad.


Daarnaast draagt Signum bij aan wetenschappelijk onderzoek. Twee scholen participeren in praktijkgericht onderzoek binnen de onderwijswerkplaats POINT 073 op het gebied van hoogbegaafdheid. Op het gebied van begrijpend lezen loopt een onderzoeksproject van het expertisepunt Taal in samenwerking met het Expertisecentrum Nederlands.


Een subsidieaanvraag bij het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO), ingediend in samenwerking met Fontys en regionale partners, werd inhoudelijk positief beoordeeld, maar niet gehonoreerd.


INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS

Voor Campus Aan De Lanen stond het voorjaar van 2025 in het teken van een herhaalbezoek van de Inspectie van het Onderwijs. Na een onvoldoende beoordeling en herstelopdrachten in 2024 zijn alle verbeterpunten, dankzij gerichte inspanningen van team en directie, succesvol gerealiseerd.


De herstelopdracht voor basisschool De Haren, geformuleerd in 2024, is eveneens succesvol afgerond via schriftelijke verantwoording.


In de afgelopen jaren zijn relatief weinig Signumscholen bezocht in het kader van risicomonitoring. Het laatste bestuursbezoek dateert uit 2018. Sinds het najaar van 2025 voert de inspectie onaangekondigde, lichte schoolbezoeken uit bij scholen die zeven jaar of langer niet zijn bezocht.


Bij deze bezoeken wordt beperkt documentatie geraadpleegd en ligt de focus op observaties en gesprekken. In het najaar van 2025 zijn vijf Signumscholen op deze wijze bezocht. Alle scholen ontvingen positieve feedback op de onderwijskwaliteit. De aanbevelingen die zijn gedaan, sluiten aan bij reeds gesignaleerde ontwikkelpunten binnen de kwaliteitszorg.

VISITATIE
In 2025 heeft geen bestuurlijke visitatie plaatsgevonden. De Inspectie van het Onderwijs heeft aangekondigd het toezicht meer risicogericht in te richten. Hierdoor wordt ook in 2026 geen bestuurlijk risico-onderzoek uitgevoerd bij Signum.


Sociale veiligheid EN GELIJKE BEHANDELING

Signum beschikt over centraal beleid en protocollen die gericht zijn op het waarborgen van een sociaal veilige leer- en werkomgeving. Dit beleid richt zich op sociale, fysieke en psychische veiligheid van leerlingen en medewerkers en is gebaseerd op wettelijke kaders, waaronder de zorgplicht sociale veiligheid en de Wet op het primair onderwijs.


Alle scholen beschikken over een actueel veiligheidsbeleid en geven, binnen de decentrale besturingsfilosofie, eigen invulling aan deze wettelijke verplichtingen. Het beleid wordt opgesteld in samenwerking met zorg- en veiligheidscoördinatoren, vertrouwenspersonen en medezeggenschapsraden. Op bestuursniveau vervult de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad (GMR) hierin een rol.


Sociale veiligheid wordt jaarlijks gemonitord via het Signum Tevredenheidsonderzoek (STO), uitgevoerd door onderzoeksbureau DUO met een gevalideerd instrument. Dit onderzoek brengt onder andere veiligheidsbeleving, pestgedrag, discriminatie en welbevinden in kaart. Ook de beleving van medewerkers wordt hierin meegenomen.


Daarnaast wordt tweejaarlijks een quickscan uitgevoerd gericht op psychosociale belasting, en vindt eens per vier jaar een risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) plaats, met jaarlijkse updates.


De resultaten van het STO worden door scholen gebruikt om het veiligheidsbeleid te evalueren en bij te stellen. Op bestuursniveau worden trends en aandachtspunten geanalyseerd. De sociale veiligheid binnen Signum ligt op het niveau van de landelijke benchmark. Verschillen tussen en binnen scholen wijzen echter op het belang van groepsdynamiek en de rol van leerkrachten.


Analyse in 2025 laat zien dat scholen behoefte hebben aan overzichtelijke beleidsformats en praktische handvatten om proactief en preventief te werken aan sociale veiligheid. De regiegroep Onderwijs en Kwaliteit werkt in het schooljaar 2025–2026 aan de verdere ontwikkeling hiervan.


De jaarlijkse rapportages van interne en externe vertrouwenspersonen vormen een belangrijke bron voor de evaluatie van het veiligheidsbeleid. Meldingen, signalen en aanbevelingen worden besproken met het college van bestuur en gedeeld met de raad van toezicht.

verantwoording van het beleid

PERSONEEL EN PROFESSIONALISERING

Doelen en resultaten

De ambitie van Signum, zoals vastgelegd in het Strategisch Beleidsplan 2024–2028, luidt als volgt:


“Vitaal en met plezier werken in het onderwijs staat centraal. Signum streeft ernaar een organisatie te zijn waar medewerkers graag werken, zich gewaardeerd en gezien voelen, en waarin hun kwaliteiten optimaal worden benut en verder ontwikkeld.”


De ontwikkelingen op de arbeidsmarkt vragen om gerichte aandacht. Daarnaast vormt vitaliteit een belangrijk thema binnen de werkwijze van de organisatie. Vitaliteit omvat aspecten zoals gezondheid, duurzame inzetbaarheid en werkbeleving.


Hieronder volgt een toelichting op de HR-thema’s die in 2025 centraal hebben gestaan, mede in relatie tot de samenstelling van het personeelsbestand.

ARBEIDSMARKTPROBLEMATIEK

Het omgaan met personeelstekorten blijft een van de belangrijkste uitdagingen. Met name bij vervangingsvraagstukken is de druk hoog. Deze problematiek speelt landelijk binnen het primair onderwijs, waar een tekort aan bevoegde leerkrachten bestaat.


Binnen de formatiegesprekken wordt meerjarig vooruitgekeken, waarbij rekening wordt gehouden met natuurlijk verloop, zoals pensionering, en met de ontwikkeling van leerlingaantallen.


Sinds 2023 organiseert Signum het evenement Beleef en Ontmoet. Dit evenement richt zich niet alleen op het aantrekken van nieuwe medewerkers, maar ook op het behouden van huidige medewerkers. Zij krijgen inzicht in de diversiteit van de scholen en de mogelijkheden binnen de organisatie. Het evenement wordt jaarlijks geëvalueerd en, bij positieve uitkomsten, opnieuw ingepland.


Ter versterking van de invalpool is eind 2025 en begin 2026 een campagne via sociale media uitgevoerd. Met behulp van een informatiefilm is een breder publiek benaderd. Dit heeft geleid tot een toegenomen instroom in de invalpool ten opzichte van voorgaande jaren.

Arbobeleid

Het arbobeleid is in 2025 geëvalueerd en geactualiseerd op basis van geldende wet- en regelgeving en cao-bepalingen. Hieruit zijn tevens een gedragscode en een klachtenregeling voor medewerkers voortgekomen. Na instemming van de GMR zijn deze documenten gepubliceerd op Signumplein.


Het arbobeleidsplan beschrijft de doelstellingen, maatregelen en procedures die bijdragen aan een veilige en gezonde werkomgeving. Het plan voldoet aan de Arbeidsomstandighedenwet en richt zich op het minimaliseren van risico’s.


De afspraken op bestuursniveau zijn vastgelegd in een overkoepelend arbobeleidsplan. Schoolspecifieke uitwerkingen blijven op schoolniveau belegd.


gedragscode

Een veilige werkomgeving vormt een belangrijk uitgangspunt. Grensoverschrijdend gedrag wordt niet getolereerd. De gedragscode beschrijft wat onder dergelijk gedrag wordt verstaan en welke maatregelen worden genomen bij overtredingen. Ook bevat de code algemene regels en richtlijnen en is een aanvulling op wetgeving, regelingen (onder andere de klachtenregeling) en de individuele arbeidsovereenkomst.


De gedragscode geldt voor alle medewerkers, inclusief stagiairs, zzp’ers en vrijwilligers. Met de vaststelling van deze code is voorzien in een eenduidig en juridisch kader, mede naar aanleiding van een toename in casuïstiek.


klachtenregeling

De bestaande klachtenregeling is herzien, omdat deze vooral gericht was op ouders en leerlingen. Voor medewerkers was het proces onvoldoende zichtbaar en toegankelijk.


De nieuwe regeling biedt duidelijkheid over de wijze waarop klachten kunnen worden ingediend en afgehandeld. Interne afhandeling staat daarbij centraal, omdat dit de kans op een bevredigende oplossing vergroot en bijdraagt aan het verbeteren van de organisatie.


De regeling is van toepassing op alle medewerkers en stagiairs.


Uitkeringen na ontslag

In 2025 bedragen de kosten voor uitkeringen na ontslag € 14.759,21. Het beleid is erop gericht om instroom in de WW zoveel mogelijk te voorkomen door medewerkers van werk naar werk te begeleiden.



Na jaren zonder instroom waren er in 2024 twee en in 2025 vier medewerkers die instroomden in de WW. Deze stijging hangt samen met de inzet van verbetertrajecten bij onvoldoende functioneren, waarbij beëindiging van het dienstverband soms onvermijdelijk is.


Regeling professionalisering en begeleiding

De middelen uit de regeling voor professionalisering en begeleiding van starters en schoolleiders worden grotendeels verdeeld over de scholen, waarbij 16,5% bovenschools wordt ingezet.


In 2025 zijn de beleidsdocumenten voor begeleiding van startende medewerkers en onboarding van directeuren vastgesteld, met instemming van de GMR. Startende medewerkers ontvangen begeleiding van interne Signum-coaches, inclusief intervisiebijeenkomsten en individuele coachingsgesprekken. Daarnaast biedt de Signum Academie een aanvullend professionaliseringsaanbod.


Scholen zetten hun middelen in voor scholing en professionalisering, zoals opgenomen in de jaarplannen. De kaders hiervoor zijn vastgelegd in de kaderbrief en het bestuursformatieplan.


Strategisch personeelsbeleid

Het personeelsbeleid sluit aan op het strategisch beleidsplan en draagt bij aan de geformuleerde resultaatgebieden. Binnen de stafafdelingen is afstemming ingericht om integraliteit en focus te waarborgen.


De afdeling HR ontwikkelt het personeelsbeleid, in afstemming met de regiegroep HR en het managementteam. Na eventuele instemming van de GMR vindt implementatie plaats. Beleidsdocumenten worden gepubliceerd op Signumplein. Voor directeuren is aanvullend een HR-handboek beschikbaar.


Het personeelsbeleid wordt jaarlijks geëvalueerd en waar nodig bijgesteld. Nieuwe beleidsvoorstellen worden volgens dezelfde procedure vastgesteld.


Professionalisering vormt een belangrijk speerpunt op alle functieniveaus. Tijdens jaarlijkse ontwikkelgesprekken is aandacht voor competenties, persoonlijke ontwikkeling, werkbeleving en duurzame inzetbaarheid.



Bij onvoldoende functioneren worden verbetertrajecten ingezet, ondersteund door HR. Daarnaast wordt interne mobiliteit gestimuleerd en wordt scholing ingezet om zowel horizontale als verticale loopbaanontwikkeling mogelijk te maken.

monitoring en werkdruk

Tijdens halfjaarlijkse monitoringsgesprekken wordt integraal gekeken naar onderwijskwaliteit, personeelsformatie en verzuim. Het kwalitatieve gesprek over draagkracht en draaglast van teams ondersteunt beleidsprioritering en draagt bij aan teamontwikkeling, werktevredenheid en vitaliteit.


banenafspraak

Het doelgroepenbeleid richt zich op een evenwichtige samenstelling van het personeelsbestand, met aandacht voor medewerkers in een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt.


In 2025 heeft Signum vijf medewerkers in dienst die zijn opgenomen in het doelgroepregister van het UWV (144 uur per week). Daarnaast zijn zeven medewerkers, afkomstig uit voormalige ID-banen, regulier in dienst (251,2 uur per week). Twee medewerkers zijn gedetacheerd via IBN en WeenerXL (32 uur per week).


Via een overeenkomst met Asito wordt structureel een medewerker uit het doelgroepregister ingezet voor 17,5 uur per week. Tijdelijke inzet van medewerkers uit deze doelgroep vindt eveneens plaats, maar hiervan zijn geen exacte uren geregistreerd.


In totaal komt de structurele inzet uit op 444,7 uur per week, wat neerkomt op ruim 86% van de gestelde doelstelling.


WERKDRUKMIDDELEN

De inzet van werkdrukmiddelen is tot stand gekomen in overleg met teams en medezeggenschapsraden. De middelen zijn voornamelijk ingezet voor uitbreiding van de formatie en verkleining van groepen.


Daarnaast wordt geïnvesteerd in de kwaliteit van schoolgebouwen en beschikbare middelen. De tweejaarlijkse quickscan en de daaropvolgende bespreking met teams en medezeggenschapsraden vormen een belangrijke basis voor het bepalen van maatregelen.


Scholen stellen jaarlijks, in overleg met het team, maatregelen vast om de werkdruk te verminderen. Hierbij kan gedacht worden aan afspraken over bereikbaarheid en communicatie buiten werktijden.

  • Titel dia

    Schrijf uw onderschrift hier
    Knop
  • Titel dia

    Schrijf uw onderschrift hier
    Knop
  • Titel dia

    Schrijf uw onderschrift hier
    Knop
Verantwoording over de aanwezigheid van de Verklaring omtrent het gedrag[1]


Nieuwe VOG’s[2] in 2025 VOG aanwezig op datum indiensttreding VOG te laat aanwezig VOG niet aanwezig
Nieuwe medewerkers in loondienst 87 0 0
Nieuwe medewerkers niet in loondienst met een VOG verplichting[3] 38 7 (uiterlijk binnen een maand start binnen) 0

Aantallen tussen 1 en 5 worden weergegeven als <5.


Er is geen opdracht verstrekt aan de accountant om een controle uit te voeren op de tijdige aanwezigheid van een VOG.


Voor nieuwe medewerkers voor wie in de periode van 17 juli tot en met 17 oktober reeds een VOG was aangevraagd, is alsnog een nieuwe VOG aangevraagd naar aanleiding van het advies van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.


Het proces voor het aanvragen en controleren van VOG’s is verder geautomatiseerd binnen het onboardingsproces in AFAS. De verbetering van het proces voor nieuwe medewerkers die niet in loondienst zijn, bevindt zich in de afrondende fase. Daarnaast wordt het werkproces voor schoolleiders aangescherpt.



Zelfstandigen zonder personeel mogen pas worden ingezet binnen een arrangement nadat een overeenkomst is ondertekend en een geldige VOG is overlegd.

[1] Op grond van artikel 4, lid 7 en bijlage 6 van de Rjo.

[2] De VOG is op het moment van indiensttreding niet ouder dan 6 maanden. De VOG van personen belast met tussenschoolse opvang is niet ouder dan 2 maanden.

[3] Voor het primair onderwijs en het (V)SO zie artikel 3, lid 1, onder a, artikel 3a, lid 1, onder a, artikel 32, lid 2, onder a, sub 1, lid 6, lid 7 en lid 9, artikel 34a en artikel 45 van de WPO, artikel 3, lid 1, onder a, artikel 3a, lid 1, onder a en artikel 32, lid 2, onder a, sub 1, en lid 9, van de WEC: leerkrachten, personen die onderwijsondersteunende werkzaamheden verrichten, (adjunct-)directeuren en personen belast met de tussenschoolse opvang.


verantwoording van het beleid

Huisvesting en facilitaire zaken

Doelen en resultaten

De schoolgebouwen van Signum werden in 2025 beheerd door de Stichting Beheer Kindercentra (SBK) of door de gemeente. Er zijn geen gebouwen afgestoten of van beheerder gewisseld. In 2025 heeft de gemeenteraad van ’s-Hertogenbosch voor het eerst een Integraal Huisvestingsplan (IHP) vastgesteld. Dit plan vormt vanaf 2025 de leidraad voor de planning van nieuwbouw en renovatie van onderwijshuisvesting in de gemeente.



In 2025 zijn de volgende resultaten behaald op het gebied van nieuwbouw en renovatie:


De aanbesteding voor de vernieuwing van kindcentrum Zuiderster is afgerond. Een deel van de leerlingen is inmiddels gehuisvest op een tijdelijke locatie aan de Chopinlaan. De bouwwerkzaamheden starten in 2026.

De voorbereidingen voor de aanbesteding van de nieuwbouw van expertisecentrum ’t Sparrenbos zijn afgerond. In 2026 wordt een partij geselecteerd voor het ontwerp en de realisatie.

Er is een haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd naar de vernieuwing van kindcentrum ’t Stadshart en mogelijke koppelingen met andere maatschappelijke functies.

Werkzaamheden aan kindcentra Troubadour, Schrijverke en Kwartiermaker zijn afgerond, gericht op verbetering van het binnenklimaat. Dankzij de SUVIS-subsidie en een bijdrage van de gemeente ’s-Hertogenbosch heeft Signum de kosten hiervan niet volledig zelf hoeven dragen. 

Voor SBO De Toermalijn in Zaltbommel is, in opdracht van de gemeente, een haalbaarheidsonderzoek gestart naar verplaatsing naar een betere locatie, passend bij de omvang en kwaliteitseisen.

Tegelijkertijd zijn een aantal voorgenomen ontwikkelingen niet gerealiseerd:


Het hoofdgebouw van kindcentrum het Palet aan de Eekbrouwersweg is al langere tijd aan vervanging toe. Ook is het gebouw veel te klein voor het aantal leerlingen van Palet. Daarom is de bovenbouw van Palet gevestigd in een gebouwdeel van het voormalige Jeroen Bosch College. Toch heeft de gemeente de school in het IHP in de eerste termijn niet opgenomen voor nieuwbouw, vanwege de bovengrondse hoogspanningskabels vlakbij de school. Signum stuurt erop aan om in 2026 te starten met een haalbaarheidsonderzoek naar nieuwbouw op een andere locatie die buiten de stralingszone valt. De benodigde werkzaamheden en investeringen om het binnenklimaat van kindcentrum Het IJzeren Kind te verbeteren blijken omvangrijk en financieel niet haalbaar. Hierdoor is besloten de toegekende SUVIS-subsidie niet te benutten en terug te storten. Belemmerende factoren waren onder andere netcongestie, de aanwezigheid van een inpandige gymzaal van de gemeente en het ontbreken van tijdelijke huisvesting.

Uit schouwrapportages blijkt dat het onderhoud van de schoolgebouwen voldoet aan de gestelde normen. Deze rapportages vormen tevens de basis voor het plannen van toekomstig onderhoud. Tegelijkertijd zorgen schaarste aan vakmensen en materialen, evenals stijgende prijzen, voor toenemende druk op de uitvoering en de beschikbare budgetten. De kosten voor onderhoud nemen een steeds groter aandeel van het totale budget in, terwijl de rijksbekostiging hierbij achterblijft.


Toekomstige ontwikkelingen

Tot en met 2025 waren het gebouwbeheer en de facilitaire diensten van Signum en ATO Scholenkring ondergebracht in de Stichting Beheer Kindercentra (SBK), een aparte juridische entiteit.


In 2025 is besloten deze samenwerking te beëindigen en de stichting per 1 januari 2026 op te heffen. Vanaf dat moment worden vastgoedbeheer en facilitaire diensten door Signum binnen de eigen organisatie ondergebracht.


Binnen de gemeente ’s-Hertogenbosch bestaan nog vraagstukken rond eigenaarschap en verhuur binnen kindcentra. In 2020 heeft adviesbureau Sygma hierover een rapport opgeleverd, in opdracht van de gemeente en schoolbesturen. Het oplossen van de knelpunten is vanuit de gemeente lange tijd on hold gezet. Naar verwachting worden de gesprekken tussen gemeente, schoolbesturen en kinderopvangorganisaties in 2026 hervat.


Het doel blijft om eigendom en verhuur juridisch helder en duurzaam te regelen en vast te leggen in overeenkomsten. Daarbij vormen de Wet op het Primair Onderwijs en relevante jurisprudentie het uitgangspunt.

verantwoording van het beleid

financieel beleid

Doelen en resultaten

Het financieel beleid van Signum vormt de basis voor het meerjarig investeringsbeleid en is vastgelegd in de financiële beleidsnota. Hierin zijn kaders geformuleerd voor een solide financieel beheer, met als uitgangspunt dat structurele lasten duurzaam in evenwicht zijn met structurele baten.


De belangrijkste doelstellingen van het financieel beleid zijn:

Het optimaliseren van een meerjarenbegroting, waarbij wordt gestreefd naar gezamenlijk sluitende schoolbegrotingen.

 Het borgen van een toereikend vermogen, minimaal gelijk aan de waarde uit de vermogensopstelling in de meerjarenbegroting.

 Het verder verbeteren van een efficiënte bedrijfsvoering en dienstverlening.

Het continu monitoren en, indien nodig, bijsturen van de verhouding tussen structurele baten en lasten via een transparante planning- en controlcyclus.

 Het volgen van bestaande en nieuwe subsidies en het inzetten van deze middelen conform de doelstellingen van de regelingen.

Het bewaken van een passende personeelsformatie in relatie tot het aantal groepen en leerlingen, met aandacht voor de verhouding tussen expertleraren, groepsleraren, ondersteuners en assistenten.

Het structureel monitoren van verzuim en het tijdig ondernemen van actie bij oplopende kosten.

Opstellen beleidsrijke meerjarenbegroting


In samenhang met het opstellen van de meerjarenbegroting actualiseert het bestuur jaarlijks de visie op het benodigde vermogen. Hierin wordt vastgesteld welk vermogen nodig is als risicobuffer en welke investeringsruimte beschikbaar is. Door inzicht in risico’s kan het bestuur weloverwogen besluiten nemen en blijven investeringen in verhouding tot de vermogenspositie, rekening houdend met de signaleringswaarden van het ministerie van OCW.


De financiële kaders worden jaarlijks uitgewerkt in een kadernotitie. Deze notitie vormt het uitgangspunt voor de planning en beheersing en dient als basis voor de integrale begrotingsgesprekken.


De meerjarenbegroting sluit inhoudelijk aan bij de strategische doelstellingen en bevat samenhangende ontwikkellijnen. Daarnaast wordt aandacht besteed aan meerjarige prognoses van leerlingaantallen per school, aangezien deze bepalend zijn voor toekomstige inkomsten en personele lasten.


Beleidsmatige en financiële ontwikkelingen voor 2026 worden in de kadernotitie verwerkt, zodat sprake is van een beleidsrijke begroting.

Toekomstige ontwikkelingen


Aflopende bestedingstermijnen van subsidies, zoals de NPO-middelen, basisvaardigheden en school en omgeving, vragen om verdere aanscherping en concretisering van het financieel beleid. Het ministerie van OCW introduceert vanaf respectievelijk 2027 en 2029 nieuwe bekostigingsvormen voor basisvaardigheden en school en omgeving. De exacte invulling hiervan is nog onzeker.


Het samenwerkingsverband werkt aan een nieuw ondersteuningsplan voor de periode 2026–2030, met een gewijzigde aanpak ten opzichte van eerdere plannen. Vanaf 2026 wordt rekening gehouden met minder middelen, als gevolg van dalende leerlingaantallen en een stijging van het aantal leerlingen in het speciaal onderwijs. De effecten hiervan op de financiering van lichte ondersteuning en arrangementen zijn nog niet volledig duidelijk.

Treasury

Het treasurybeleid is risicomijdend en defensief en voldoet aan de regeling Beleggen, Lenen en Derivaten OCW 2016. In het treasurystatuut zijn uitgangspunten, doelstellingen, richtlijnen en limieten vastgelegd.

Signum maakt geen gebruik van derivaten en heeft geen leningen verstrekt of aangetrokken. Hierdoor zijn er geen koers- of kredietrisico’s. De treasuryfunctie is beperkt en richt zich voornamelijk op het beheren van geldstromen en het waarborgen van een efficiënte inrichting van het betalingsverkeer. Het treasuryplan maakt onderdeel uit van de jaarlijkse begroting.

Investeringsbeleid

Het investeringsbeleid sluit aan op de visie op vermogen en de meerjarenbegroting. Investeringen in leermiddelen, meubilair, inventaris en ICT worden gebaseerd op meerjareninvesteringsplannen, opgesteld door de schooldirecties. Subsidies, zoals de NPO-middelen en de regeling basisvaardigheden, hebben hierbij een ondersteunende rol gespeeld.


De kosten voor exploitatie en groot onderhoud van schoolgebouwen nemen aanzienlijk toe, onder andere door stijgende energielasten en hogere kosten voor arbeid en materialen. Ook de digitalisering van het onderwijs vraagt om extra investeringen, bijvoorbeeld in digitale leermiddelen, devices en het vernieuwen van wifi-infrastructuur. Met deze ontwikkelingen wordt rekening gehouden in de investeringsplannen. De mate van compensatie vanuit het Rijk blijft onzeker.

Planning-en-controlcyclus

De planning- en controlcyclus bestaat uit verschillende samenhangende instrumenten die zorgen voor sturing, monitoring en bijsturing van activiteiten en financiën:

Het strategisch meerjarenbeleidsplan, waarin de langetermijndoelen zijn vastgelegd.

De financiële kadernotitie, waarin de uitgangspunten voor de begroting zijn opgenomen.

De jaarbegroting en meerjarenbegroting, met een overzicht van verwachte inkomsten en uitgaven.

Bestuursformatieplan: een personele uitwerking van de kaders die in de jaarlijkse begroting zijn opgesteld. Ook worden de verwachte toekomstige personele en formatieve uitdagingen in kaart gebracht. 

Het risicomanagementproces, gericht op het identificeren en beheersen van risico’s.

Tussentijdse rapportages in april en augustus, waarmee voortgang en financiële ontwikkelingen worden gevolgd en zo nodig bijsturing plaatsvindt.

Het jaarverslag, waarin verantwoording wordt afgelegd over de behaalde resultaten en de financiële positie.

Deze cyclus ondersteunt een effectieve sturing en draagt bij aan het behouden van grip op de organisatie.



De verschillende onderdelen van de planning- en controlcyclus worden besproken met betrokken gremia, waaronder de raad van toezicht, het bestuur, het managementteam, de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad en vertegenwoordigers van schooldirecteuren. Afhankelijk van het onderwerp worden stukken ter informatie, advies, instemming of besluitvorming voorgelegd.

verantwoording van het beleid

continuïteitsparagraaf

Rapportage aanwezigheid en werking van het interne risicobeheersings- en controlesysteem

Het bestuur is verantwoordelijk voor de inrichting en werking van het interne risicobeheersings- en controlesysteem van de organisatie als geheel. Binnen het risicobeleid worden de risico’s waarmee Signum wordt geconfronteerd zorgvuldig afgewogen en gekoppeld aan passende beheersmaatregelen, procedures en administratieve inrichting.


De werking van deze beheersing wordt jaarlijks, in opdracht van de raad van toezicht, getoetst door de externe accountant. De daaruit voortvloeiende managementletter biedt het bestuur handvatten om het systeem te evalueren en waar nodig verder te verbeteren.


De risicobeheersing is ook verankerd in de planning- en controlcyclus. Jaarlijks inventariseert de controller, via een bottom-upbenadering, de relevante fraude- en risicofactoren. Deze worden besproken met het bestuur, het managementteam en de raad van toezicht. De belangrijkste risico’s worden financieel gekwantificeerd en opgenomen in de begroting, waarbij ook de visie op het benodigde eigen vermogen wordt herijkt.

In 2024 heeft een integrale actualisatie van de fraude- en risicoanalyse plaatsgevonden. Hierbij zijn, met behulp van gestandaardiseerde onderzoeksvragen, cultuur- en procesrisico’s geïnventariseerd. De analyse heeft plaatsgevonden vanuit een integraal perspectief, waarbij onderwijskwaliteit, HR, communicatie, huisvesting, IT en financiën zijn betrokken.



Het doel van deze herijking is het bepalen van het benodigde weerstandsvermogen en het toetsen of dit in verhouding staat tot het beschikbare vermogen. Het risicobuffervermogen bestaat uit een reserve voor kwantificeerbare risico’s en een reserve voor niet-kwantificeerbare risico’s. Op basis van de geactualiseerde analyse is de benodigde risicoreserve vastgesteld op minimaal € 3,6 miljoen.

De geraamde algemene publieke reserve bedraagt ultimo 2025 € 8,9 miljoen en overstijgt daarmee de benodigde risicoreserve.

Beschrijving van de belangrijkste risico’s en onzekerheden

Risicomanagement is een continu proces en maakt integraal onderdeel uit van de planning- en controlcyclus. Minimaal eenmaal per jaar wordt een risicoanalyse uitgevoerd. Het doel is het creëren van een organisatiecultuur waarin risico’s proactief worden beheerst en kansen tijdig worden benut.



De belangrijkste risico’s worden als volgt onderscheiden: 

  • Externe risico's

    • Instabiliteit en onzekerheden in bekostiging als gevolg van ontwikkelingen in het onderwijsstelsel;

    • Onzekerheid in middelen voor basisondersteuning en arrangementen binnen het samenwerkingsverband;

    • Financiële onzekerheden en geschillen als gevolg van onduidelijk gemeentelijk huisvestingsbeleid;

    • Fluctuaties in leerlingaantallen door demografische ontwikkelingen;

    • Tekorten aan gekwalificeerd personeel door krapte op de arbeidsmarkt;
    1. Onvoorziene loonkosten, onder andere door: 
    2. instroom in de WW (gedeeltelijke kosten voor rekening van Signum);
    3. loondoorbetaling bij ziekte (eerste twee jaar);
    4. vervangingskosten bij verzuim en verlof;
    5. mogelijke wijzigingen in wetgeving rondom transitievergoedingen;

    • Achterblijven bij technologische en digitale ontwikkelingen.

  • Strategische risico's

    • Bestuurlijke complexiteit binnen samenwerkingsverbanden;

    • Beperkte verandercapaciteit en -bereidheid binnen de organisatie;

    • Onvoldoende wendbaarheid en veerkracht bij veranderingen of onverwachte gebeurtenissen;

    • Beperkt innovatief vermogen.

  • Vermijdbare risico's

    • Toenemende dreiging van cybercriminaliteit;

    • Toename van incidenten en calamiteiten;

    • Schending van privacy door onvoldoende naleving van wet- en regelgeving.

  • Beheersmaatregelen

    • Gerichte inzet op het terugdringen van personeelstekorten en het beheersen van loonkosten via regionale samenwerking en HR-programma’s;

    • Actieve sturing op de kwaliteit en toekomstbestendigheid van huisvesting, met bestuurlijke aandacht voor financiering en gemeentelijk beleid;

    • Gebruik van een frauderisicoregister voor identificatie, monitoring en rapportage van risico’s;

    • Versterking van cyberbeveiliging door middel van bewustwording, sterke authenticatiemaatregelen en regelmatige updates;

    • Inzet van beveiligde communicatiemiddelen, zoals Zivver, voor het verzenden van vertrouwelijke informatie;

    • Gebruik van een IBP-tool voor het structureel monitoren van processen rondom informatiebeveiliging en privacy;

    • Afsluiten van passende verzekeringen voor onder meer aansprakelijkheid, schade, ongevallen en cyberrisico’s;

    • Continue monitoring van ontwikkelingen in bekostiging, beleid en kostenstructuren, met tijdige bijsturing waar nodig.

Informatiebeveiliging en privacy (IBP) (B3) ICT-kwetsbaarhedenscan


Het normenkader Informatiebeveiliging en Privacy (IBP) ondersteunt schoolbesturen bij het structureel borgen van informatiebeveiliging en privacybescherming. Het concretiseert wettelijke verplichtingen, waaronder de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG), en bevordert zorgvuldig omgaan met leerling- en personeelsgegevens.


Binnen Signum wordt, in samenwerking met Digidact en ATO-Scholenkring, gewerkt aan de stapsgewijze implementatie van dit normenkader. Met behulp van de tool van Edufort wordt per kwartaal een planning opgesteld, gericht op de realisatie van specifieke normen.


In 2025 zijn onder meer de volgende stappen gezet:

  • uitvoering van een phishingtest ter bevordering van bewustwording;
  • vaststelling van richtlijnen voor pre-DPIA’s;
  • evaluatie van privacyverklaringen en het privacyreglement.



Deze maatregelen dragen bij aan een structurele versterking van informatiebeveiliging en privacy binnen de organisatie.

Verantwoording van de financiën

We geven je graag een inkijkje in de financiële staat van onze organisatie. We gaan in op ontwikkelingen in meerjarig perspectief. Ook delen we een analyse van de staat van baten en lasten en de balans.

volgende hoofdstuk